SPARAGMOS

ruk me uiteen, dierbare vriend,
in alle levens die ik ben, in alle personen,
alle plekken en herinneringen,
in alle jaargetijden, in alle woorden


ondanks een gordel van vlees, een gevliesde omheining
vallen wij uiteen in eenmalige sintels
oplichtend met ieder een eigen gezicht
vuurvliegjes in een bronzen zonsondergang


op een strand in de snerpende zon
de lichamen, perfect en lijdend, volgestouwd
met verleden en toekomst
druipend van onmatige sentimenten


sta ik op, sta ik met ontvangende handen
met mijn buik vol verzinsels
vol fabels, fictie, verdichtsels
splijtend zal de wereld zijn majesteit ontvouwen